In het verzet
Hoe het sommige verzetsstrijders verging voordat zij op de Eerebegraafplaats werden begraven, kun je op deze pagina lezen:

Hannie Schaft, het meisje met het rode haar
Gerrit van der Veen, een kunstenaar in verzet
Johannes Post, een standvastige landbouwer
Begraven en herbegraven
Meer lezen

Gerrit van der Veen

Een kunstenaar in verzet
Ook Gerrit van der Veen, een beeldhouwer uit Amsterdam, moest zoals vele anderen het lot van Hannie Schaft ondergaan. Op 10 juni 1944 werd hij ter dood veroordeeld en nog diezelfde dag samen met zes andere verzetsstrijders in de duinen gefusilleerd.

Gerrit Jan van der Veen werd op 26 november 1902 geboren in Amsterdam. Daar volgde hij ook een opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. In 1930 ontving hij een belangrijke onderscheiding: de zilveren medaille van de prijsvraag voor de Prix de Rome, een wereldberoemde wedstrijd voor kunstenaars. Toen de Duitsers in 1940 het land binnenvielen, moest Gerrit een zogenoemde ariërverklaring tekenen. Dat betekent dat hij moest verklaren dat hij niet-Joods was. Dat weigerde hij. De Duitsers wilden namelijk Joden scheiden van niet-Joden. Door een ariërverklaring te ondertekenen, leek het alsof je daaraan wilde meewerken. Ook was Gerrit tegen de Kultuurkamer, een Duitse organisatie waar kunstenaars lid van moesten worden om kunst te mogen blijven maken.

Dat was het begin van Gerrits verzetsleven. Samen met drukker Frans Duwaer richtte hij de Persoonsbewijzencentrale (PBC) op, waar vervalste identiteitsbewijzen werden gemaakt. Ook kreeg hij een belangrijke rol in de Raad van het Verzet. Misschien wel zijn bekendste verzetsdaad was de overval op het Bevolkingsregister van Amsterdam. Hij en zijn groep maakten daar persoonsgegevens buit, zodat de Duitsers niet meer precies wisten wie er in de stad woonde en het dus moeilijker werd om mensen te arresteren. Een andere overval liep helemaal verkeerd af. Op 1 mei 1944 wilde zijn verzetsgroep gevangenen bevrijden uit het Huis van Bewaring in Amsterdam. Dat mislukte. In een vuurgevecht werd hij geraakt door een kogel en hij werd halfverlamd naar een onderduikadres gebracht. Daar werd hij op 12 mei gearresteerd. Een maand later werd hij, ondersteund door zijn kameraden omdat hij nauwelijks kon lopen, doodgeschoten in de duinen, tegelijk met zijn vrienden.