![]() |
Jan Zwanenburg werkte vanaf oktober 1939 als tramconducteur bij de Gemeentetram in Amsterdam. Kort na de capitulatie maakte hij, samen met enkele andere AJC’ers, het illegale blad De Vrije Nederlander. De inhoud bestond uit zelf geschreven artikelen, verzetsverzen en een couplet van het Wilhelmus. Het in een oplage van ongeveer 1000 exemplaren gestencilde blad werd door de leden gepost en eenmaal zelfs openlijk uitgedeeld op straat. Via Zwanenburg kwamen de groepsleden in de herfst van 1940 in contact met A.T. Addicks. Sedertdien hielden zij zich als leden van de groep-Addicks in Amsterdam-Oost bezig met het stencilen en verspreiden van de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen en, later, Het Parool. In 1941 nam hij deel aan de Februaristaking: op zeker moment ging hij op de rails liggen om collega’s te verhinderen de tramremise uit te rijden. In de nacht van 16 op 17 september 1941 werd Zwanenburg, evenals enkele andere groepsleden, door verraad van een geestelijk niet volwaardige vriend, gearresteerd. Hij onderging gevangenschap in het Oranjehotel in Scheveningen, in Amersfoort en Vught. Op 5 februari 1943 werd hij op de Leusderheide gefusilleerd. |
|||

