![]() |
Jaap van Weerdenburg werkte vanaf 1940 als stoffenkamer-employé bij W.E. Goyarts Confectie-Industrie in Amsterdam. Toen hij in juni 1943 in het kader van de jaarklassenactie een oproep ontving, slaagde hij erin via familie van zijn patroon per 1 juli in Berlijn een baan te krijgen in de civiele kledingindustrie. Nadat hij in oktober gedwongen was als kantoorbediende/tolk in een Rüstungsbetrieb te gaan werken, ging hij in december 1943 met ziekteverlof naar huis. Toen het in november 1944 niet langer lukte zijn ‘ziekte’ te rekken, dook hij samen met zijn broer G.J. (Gerard) onder: eerst bij de koster van de RK kerk in Wognum, daarna op de boerderij van G. Wittenberg aan Zomerdijk A-31 in Spanbroek. Vanaf december 1944 lid van de BS, werkte hij als administrateur en instrueerde hij mede-BS’ers hoe de op het afwerpterrein ‘Mandrill’ gedropte wapens te hanteren. Als gevolg van verraad werden hij, zijn broer en onder meer N. Appel, A.M. Bosse en J.H. Hoek op 26 februari 1945 door Landwachters gearresteerd. Via Hoorn overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam, werden zij op 8 maart 1945 aan de Amsteldijk gefusilleerd. Broer Gerard – geen BS’er – werd op 13 maart in Emmerich tewerkgesteld bij de OT en keerde na de bevrijding terug. |
|||

