![]() |
Bram van Waarden was als matroos 1e klasse in dienst bij de Koninklijke Marine. Na de capitulatie werd hij – op wachtgeld gesteld – in zijn woonplaats Den Helder conciërge van het kantoorgebouw van de Centrale Boekhouding der Gemeentebedrijven in de Weststraat. In september 1944 sloot hij zich als lid aan bij de Stoottroep Den Helder-Anna Paulowna van de BS-SG. Toen de geformeerde drie gewapende secties binnen deze stoottroep werden onderverdeeld in groepen van zes mannen – dit omdat verwacht werd dat bij gewapende actie aan het einde van de oorlog zeer verspreid zou moeten worden opgetreden – werd Van Waarden commandant van een van de drie groepen in sectie II. In tien sessies instrueerde hij de vijf leden van zijn groep in het hanteren van de stengun. Daarnaast gaf hij, samen met J. Dol, een kleine groep stoottroepers les in het morse-seinen. Bij invallen op diverse adressen waar stoottroepers in Anna Paulowna waren ondergebracht, werd Van Waarden op 5 februari 1945 aan Boermansweg 3 gearresteerd ten huize van kwartiergever C. Broersma. Na te zijn overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam, werd hij op 17 februari 1945 in het kader van een represaille in Halfweg gefusilleerd. Precies een half jaar later werd zijn derde kind geboren. |
|||

