![]() |
Hendrik L.J. de Vries was gedurende de eerste oorlogsjaren in zijn woonplaats Amsterdam werkzaam bij de NV Likeurstokerij Wijnand Fockink en Werkspoor. Begin 1943 werd hij door het GAB als metaaldraaier verplicht tewerkgesteld in Delmenhorst (Duitsland). Na in 1943 tweemaal met verlof naar huis te zijn teruggekeerd – de eerste keer trad hij in het huwelijk – besloot hij in het voorjaar van 1944 na een derde (ziekte)verlof niet naar Duitsland terug te gaan. Terwijl zijn echtgenote op het adres Cornelis Anthoniszstraat 69-I bleef wonen, dook De Vries onder bij zijn schoonouders Becker, die een etage hoger woonden. Hij nam niet deel aan het verzet. Op zeker moment – waarschijnlijk tijdens de hongerwinter – haalden De Vries en zijn schoonvader via een klein raam levensmiddelen en klein huisraad uit de woning van buren, een NSB-gezin, die op Dolle Dinsdag gevlucht waren. Begin februari 1945 werd dit door de zoon van de buren, de Nederlandse Landwachter W. die naar Amsterdam was teruggekomen, ontdekt en aangegeven. Gevolg was dat op 8 februari De Vries – drie weken eerder was zijn tweede kind geboren – en Becker werden gearresteerd door de Feldgendarmerie en via het Museumplein naar het HvB-Weteringschans werden gebracht. Op 15 april 1945 werden zij naar Wormerveer gevoerd en daar gefusilleerd. |
|||

