![]() |
Henk Verkuijl (‘Kleine Henk’) – oudste zoon van M. Verkuijl – maakte tot 1942 binnen de spionagegroep Erkens deel uit van een kleine knokploeg, die auto’s en benzine ‘organiseerde’, overvallen pleegde en ‘lichte sabotageacties’ verrichtte. Zo werden banden van Duitse voertuigen lekgestoken, verdachte personen geschaduwd en werd brand gesticht in woningen van ‘foute’ Nederlanders. Nadat het grootste deel van de Groep Erkens eind 1942 was opgerold, sloot Verkuijl zich in september 1943 aan bij de Westlandse KP van L.M. Valstar, die vaak in Verkuijls ouderlijk huis in Rotterdam was ondergedoken. Tussen oktober 1943 en juni 1944 voerde deze KP circa tien succesvolle overvallen uit op onder andere het distributiekantoor van Capelle aan den IJssel en het Hoofdbureau van politie in Delft. Vanaf augustus 1944 was Verkuijl op de Veluwe betrokken bij het in ontvangst nemen van gedropte wapens. In oktober trachtte hij, in opdracht van de LKP-leiding, in Utrecht nieuwe droppingvelden te zoeken. Op 23 november keerde hij terug uit Utrecht en bracht hij de nacht door in zijn ouderlijk huis in Badhoevedorp. De volgende dag vond hier een inval door de Sipo plaats, waarbij alle aanwezigen – onder wie zijn ouders, broer en twee zusters – werden gearresteerd. Op 15 december 1944 werden Verkuijl en zijn vader in Amsterdam gefusilleerd. |
|||

