![]() |
Gerrit van der Veen weigerde in juli 1940 als blokhoofd van de Vrijwillige Luchtbescherming een Ariërverklaring te tekenen. Vanaf de oprichting, eind 1941, richtte hij zich fel tegen de Kultuurkamer: hij was mede-initiatiefnemer van een ‘Adres aan Seyss-Inquart’ (ondertekend door 1902 kunstenaars), zamelde gelden in ter ondersteuning van kunstenaars die weigerden toe te treden en schreef bijdragen voor W.J.C. Arondeus’ illegale Brandarisbrief. Vanaf mei 1942 was hij redactielid van het illegale blad De Vrije Kunstenaar. Samen met F. Duwaer vormde hij in de zomer van 1942 de Persoonsbewijzencentrale, die zich bezighield met het (in eerste instantie met name voor joodse onderduikers) vervalsen van onder meer PB’s, Ausweise en stamkaarten. Een jaar later kreeg hij een leidinggevende positie in de Raad van Verzet. Als medeorganisator en deelnemer was hij betrokken bij diverse overvallen en brandstichtingen: op 10 februari 1943 op de GAB-cartotheek aan de Passeerdersgracht in Amsterdam, op 27 maart 1943 op het Amsterdamse Bevolkingsregister en op 29 april 1944 op de Algemene Landsdrukkerij in Den Haag waarbij 10.000 blanco PB’s werden buitgemaakt. Met het doel gevangenen te bevrijden, leidde hij op 1 mei 1944 de mislukte overval op het HvB aan de Weteringschans in Amsterdam. Daar hij door kogels was geraakt, kreeg hij korte tijd later een dwarslaesie. Na medio mei door de Sipo te zijn gearresteerd, werd hij op 10 juni 1944 ter dood veroordeeld en diezelfde dag gefusilleerd. |
|||

