Cornelis de Vries was sedert 1928 als kantoorbediende/boekhouder werkzaam bij diverse firma’s in zijn woonplaats Amsterdam. Op 17 oktober 1940 – vijf weken nadat hij wegens moeilijkheden was ontslagen bij een papierwarenfabriek en een week na zijn huwelijk – vertrok hij vrijwillig naar Duitsland, waar hij als kantoorbediende/afdelingstolk werd tewerkgesteld bij de AGO Flugzeugwerke in Oschersleben. In dezelfde periode sloot hij zich – na reeds van 1931 tot 1933 lid te zijn geweest – opnieuw aan bij de NSB. Eind juni 1941 medisch afgekeurd, ontving hij – na korte tijd en met weinig succes privé Duitse lessen te hebben gegeven en vervolgens te zijn herkeurd – van november 1941 tot maart 1942 steun van de Gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken in Amsterdam. Hierna was hij bijna twee jaar werkzaam bij AEG in Berlijn. Eind februari 1944 besloot hij na een tweede verlofperiode van twaalf dagen in Nederland, niet terug te keren. Hij dook onder bij een neef en nicht in Santpoort en ging als boekhouder werken bij J.A. van der Hijden, die als aannemer in het duingebied bij IJmuiden (camouflage)werken uitvoerde voor de Duitse Wehrmacht. Op 13 februari 1945 werd De Vries als boekhouder van Van der Hijden gearresteerd op verdenking van het plegen van administratieve malversaties ten nadele van de Wehrmacht, overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam en op 8 maart 1945 gefusilleerd.