![]() |
Toon Tellegen raakte tijdens de meidagen van 1940 – als officier van gezondheid IIe klasse toegevoegd aan het Nederlandse Rode Kruis in Den Haag – zwaar gewond bij een beschieting door Duitse parachutisten, toen hij gewonden uit Wassenaar wilde ophalen. Vanaf 1941 was hij werkzaam als directeur van de GG & GD in Zeist. Hier keurde hij veel mensen af, die een oproep voor tewerkstelling in Duitsland hadden ontvangen. In 1942 verbleef hij korte tijd in een kamp voor krijgsgevangen beroepsofficieren in Stanislau. Op 13 juli 1942 behoorde hij tot de ca. 800 vooraanstaande Nederlanders – van wie bekend was dat zij tegenover de bezettende macht stonden – die als anti-verzet-gijzelaars in het Grootseminarie in Haaren werden geconcentreerd. Tellegen verleende medische bijstand aan hier eveneens verblijvende Sipo-gevangenen. Na begin 1943 te zijn vrijgelaten, begon hij zijn spionageactiviteiten voor Sectie V van de OD: hij verkende Duitse stellingen, stelde rapporten op, was verbindingsofficier met enige spionagegroepen en vervoerde berichten, tekeningen en documenten naar Amsterdam. In zijn woning in Zeist verbleven (joodse) onderduikers en werden papieren vervalst. Ten slotte verzorgde hij de distributie van Vrij Nederland in het district Zeist. Na op 7 oktober 1943 bij zijn woning door de Sipo te zijn aangehouden, werd hij op 22 oktober 1943 ter dood veroordeeld en de volgende dag gefusilleerd. |
|||

