![]() |
Vic van Swieten – in 1928 als sergeant bij het 16e Regiment Infanterie met groot verlof gegaan en vervolgens, na een stuurmansopleiding, gedurende een aantal jaren werkzaam bij de koopvaardij – werd eind augustus 1939 gemobiliseerd en in Alkmaar gelegerd. In juni 1940 teruggekeerd in zijn woonplaats Eemnes – door de oorlogsomstandigheden was het onmogelijk zijn auto/motoren-handel voort te zetten – begon hij een rijwielherstelzaak. In de loop van de oorlog raakte hij via zijn jeugdvriend A.Th. Broeckman in contact met leden van de verzetsgroep CS-6 en het Militair Contact. Op zeker moment gaf Van Swieten een pistool, dat hij sinds lange tijd in zijn bezit had en volgens de voorschriften van de bezetter had moeten inleveren, aan Broeckman en D. Remiëns. Ook maakte hij voor hen wapens schoon en repareerde deze. In de ochtend van 3 september 1943 – zes dagen nadat zijn vijfde kind was geboren – werd Van Swieten in zijn woning aan Laarderweg 108 in Eemnes door de voor de Sipo werkende Nederlandse politierechercheurs Mollis en Dirkx en de Duitser Walther gearresteerd en naar het politiebureau in Hilversum overgebracht. Acht uur later werd hij naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam vervoerd. Na op 30 september 1943 door een Polizeistandgericht ter dood te zijn veroordeeld, werd hij de volgende dag gefusilleerd.
|
|||

