![]() |
Nico Snijders – lid van de AJC, de SDAP en de Rode Valken – werkte sedert 1933 samen met zijn tweelingbroer Cor als metaalarbeider bij IJzergieterij J. Zimmer & Zn. in Amsterdam. Medio 1940 verborgen zij 21 revolvers en ruim 4000 patronen, welke uit een depot in de Coenhaven waren gesmokkeld, in hun ouderlijk huis en bij Zimmer. Vanaf het najaar van 1940 behoorde Snijders, als lid van de groep-Addicks, in de Stadion- en Schinkelbuurt in Amsterdam-Zuid tot een van de eerste verspreidersgroepen van de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen en, vanaf begin 1941, van Het Parool. Ook plakte hij illegale pamfletten aan muren en over Duitse bekendmakingen. Samen met onder meer R.W. Douma nam hij deel aan relletjes met NSB’ers. Op 31 augustus 1941 (de 61e verjaardag van koningin Wilhelmina) liep hij met een bloem in het knoopsgat door de Kalverstraat. Op 2 september 1941 werd Snijders op zijn werk door de voor de Sipo werkende politierechercheurs Daudt en Jonker gearresteerd en vervolgens verhoord omtrent een bij het Bureau Inlichtingendienst binnengekomen anonieme brief, waarin stond vermeld dat hij illegale pamfletten verspreidde. Hij bekende om huiszoeking te voorkomen – daar lagen wapens – en werd hierop overgebracht naar het HvB-Weteringschans. Hierna verbleef hij in gevangenschap in Scheveningen, Amersfoort, Vught en Utrecht. Op 5 februari 1943 werd hij op de Leusderheide gefusilleerd. |
|||

