![]() |
Jan Smoorenburg, sinds 1940 student medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam, volgde na de invoering van de loyaliteitsverklaring alleen nog illegaal college. In 1944 deed hij ‘clandestien’ zijn doctoraalexamen en werd hij co-assistent van neuroloog dr. C.T. van Valkenburg in diens laboratorium in het Burgerziekenhuis. Na door J.W. (Joop) Beunders en G.J. (Gijs) Gorter te zijn geïntroduceerd bij kinderarts dr. G.M.H. Veeneklaas – medewerker van BBO-agent T. Biallosterski – werd hij ingeschakeld bij het (met chirurg dr. F.J. Haverkamp) inrichten van medische hulpposten op afwerpterreinen in Noord-Holland-Noord en het vervoer van gedropte wapens. In 1944 hielp hij, samen met dr. J.H.M.G. van Deth en H. Heinemann, de gearresteerde en gewonde PBC-medewerkster Tromp Meesters uit het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis ontsnappen. Op 5 februari 1945 ging Smoorenburg wederom naar Spanbroek om bij een verwachte dropping zonodig medische bijstand te verlenen. Nadat de dropping vanwege sneeuwval niet was doorgegaan, liftte hij op 10 februari met onder anderen Biallosterski en Haverkamp in een vrachtwagen naar Amsterdam. Nadat hij was aangehouden in Wognum en na verhoor overgebracht naar het gemeentehuis in Obdam, raakte hij bij een ontsnappingspoging gewond. Via het Marine-Lazarett in Heiloo werd hij naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam vervoerd en op 6 april 1945 in Limmen gefusilleerd. |
|||

