A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Jannetje Johanna SCHAFT

naam :
geboren :
overleden :
burg. staat :
geloof :
beroep :
vindplaats :
grafvak :
graftekst :

Jannetje Johanna SCHAFT
16 september 1920 te Haarlem
17 april 1945 in het duingebied bij Overveen (gem. Bloemendaal)
ongehuwd

studente rechten te Amsterdam
grafkuil Q (gedenksteen 3)
22
Zij diende

Jo Schaft (‘Hannie’) studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam van 1938 tot het moment waarop zij, in april 1943, weigerde de loyaliteitsverklaring voor studenten te tekenen. Na in de lente van 1942 voor twee joodse vriendinnen persoonsbewijzen te hebben ontvreemd en voor onderduikadressen te hebben gezorgd, zette zij deze activiteit voort voor vele andere joodse landgenoten. In niet-bewaakte vestiaires van de schouwburg of cafés en kleedhokjes van zwembaden stal zij tientallen persoonsbewijzen en op alle mogelijke manieren trachtte zij onderduikadressen te vinden. In de zomer van 1943 kwam zij in Haarlem in contact met een RvV-sabotageploeg onder leiding van M.A.F. (Frans) van der Wiel. Als lid/koerierster van deze groep was Schaft vervolgens constant onderweg: om inlichtingen te verzamelen (bijvoorbeeld over de Duitse verdedigingswerken en, later, V-2 installaties aan de kust), distributiekaarten, geld, illegale lectuur en wapens te vervoeren, berichten tussen verschillende verzetsgroepen over te brengen en joodse onderduikers onder te brengen. Op 27 november 1943 was zij, samen met Johan Bak, Jan Bonekamp en Jan Brasser, betrokken bij een aanslag op de PEN-centrale in Velsen-Noord. Vanaf medio 1944 was zij op diverse adressen ondergedoken. Tussen juni 1944 en maart 1945 was Schaft – na wapeninstructie te hebben gekregen – minimaal acht maal betrokken bij (pogingen tot) liquidatie van Nederlanders (politiemensen, rechercheurs, NSB’ers, provocateurs) die met de bezetter collaboreerden. Dit werk deed zij samen met o.a. Bonekamp (tot hij op 21 juni 1944, bij de liquidatie van politiekapitein W. Ragut in Zaandam, zelf dodelijk werd getroffen) en Truus Oversteegen. In de kerstnacht van 1944 haalden Schaft en de zusters Freddy en Truus Oversteegen in opdracht van de Velser illegaliteit vijf kisten munitie weg bij de duikbootbasis van de Kriegsmarine in IJmuiden. Begin 1945 was zij, na een mislukte poging de spoorbrug over het Spaarne in Haarlem op te blazen, betrokken bij het opblazen van een Duitse munitietrein in het Netelbos in Santpoort, waardoor het spoorwegverkeer over die lijn geruime tijd was ontwricht. Na op 21 maart 1945 bij een doorlaatpost in Haarlem-Noord door Duitse militairen te zijn aangehouden, werd in haar fietstas een pak exemplaren van het illegale blad De Waarheid aangetroffen. Toen zij via de Ripperdakazerne en de Ortskommandantur naar het HvB aan de Oostvest was gebracht, werd in haar handtas een 9mm-pistool gevonden. Diezelfde avond werd zij naar het HvB-Amstelveenseweg in Amsterdam vervoerd. Na vele dagen verhoor – inmiddels wist de Sipo dat zij Hannie Schaft, het ‘rothaarige Mädel’, in handen had – gaf zij toe een aantal aanslagen te hebben gepleegd op ‘foute’ Nederlanders. Op 17 april 1945 – achttien dagen voor de bevrijding – werd Hannie Schaft van Amsterdam overgebracht naar het duingebied bij Overveen en daar doodgeschoten.