![]() |
Jacob Smuling was firmant van de transportmaatschappij Fa. Wed. R.B. Smuling en lid van vele besturen en commissies in Amsterdam. In 1922 werd hij aangenomen in de vrijmetselaarsloge La Bien Aimée en in later jaren bevorderd tot Gezel en verheven tot Meester. Gedurende zeven jaar was hij secretaris van de Loge. Aangezien de Vrijmetselarij door de bezetter werd beschouwd als een ‘sinistere internationale samenzwering’, werd Smuling op 7 oktober 1940 als gezien en vooraanstaand lid in de hoofdstad – hij was inmiddels kanselier in een van de ‘Hoge Graden’ – gearresteerd, verhoord en tot 7 januari 1941 in het HvB-Weteringschans vastgehouden. Spoedig na zijn invrijheidstelling sloot hij zich aan bij de organisatie de Zeemanspot. Door het inzamelen en uitbetalen van gelden verleende hij financiële steun aan bijvoorbeeld vrouwen en gezinnen van zeevarenden, joodse landgenoten en – ten tijde van de spoorwegstaking – ondergedoken spoorwegmensen. In dit verband werkte hij samen met Walraven van Hall. In zijn bedrijf, aan Prins Hendrikkade 179 in Amsterdam, verleende Smuling kantoorruimte en telefoongebruik aan een inlichtingenbureau van de BS. Ook hield hij er joodse goederen in bewaring. In de ochtend van 7 februari 1945 werd hij in zijn woning door de Sipo gearresteerd en diezelfde morgen, in het kader van de represaille voor de liquidatie van procureur-generaal mr.dr. J. Feitsma, aan de Amsteldijk gefusilleerd. |
|||

