Gerard Steen ging in september 1941, na de RK Mulo St Hubertus aan de Da Costastraat in Amsterdam te hebben bezocht, naar het Juvenaat der Broeders van de H. Aloysius in Oudenbosch, omdat hij broeder-onderwijzer wilde worden. Toen hij bemerkte niet geschikt te zijn voor de kloosterroeping, keerde hij voor Kerstmis terug en werd hij begin 1942 aspirant-schrijver bij het Ontvangkantoor der Directe Belastingen aan NZ Voorburgwal 226. Tijdens zijn werkzaamheden daar verbleef hij, daartoe opgeroepen, gedurende een half jaar in de Nederlandse Arbeidsdienst. In september 1944 werd hij, via F.C.C.M. Coelen, lid van sectie 5 van BS-onderdeel Bruggenlinie-West. Op 1 december 1944 nam Steen ontslag om zich geheel aan het verzetswerk te kunnen wijden. Hij was meermalen betrokken bij kleine wapentransporten, verrichtte voor verschillende BS-commandanten koeriersdiensten en stelde zijn kamer in het ouderlijk huis aan Bos en Lommerweg 309-III ter beschikking voor het geven van wapeninstructie. Na het door de Sipo ontdekken van een groot aantal geponste metalen BS-identiteitsplaatjes, vonden op zondagochtend 8 april 1945 op diverse adressen van BS’ers invallen plaats. Bij de arrestatie van Steen werd ook een stengun met 60 patronen aangetroffen. Op 15 april 1945 werd hij van het HvB-Weteringschans overgebracht naar Sint Pancras en daar gefusilleerd.