![]() |
Willem Rohaan werkte – na de mulo en Landbouwwinterschool te hebben bezocht – als oudste zoon bij zijn vader op diens twaalf hectare grote landbouwbedrijf in Neede (D-20, thans Bergweg 9). Direct na de capitulatie in mei 1940 verborg hij – sedert 1939 gemobiliseerd wachtmeester bij een bereden treinafdeling – wapens van het Nederlandse leger. Terug in Neede werd hij ondercommandant van de plaatselijke OD. Later raakte hij betrokken bij de hulp aan (joodse) onderduikers; via hem vonden enkelen onderdak in de boerderij van zijn ouders. Rohaan bracht daarnaast bonkaarten rond, verspreidde illegale lectuur en verzamelde – onder andere ten behoeve van de KP-Aalten – gegevens over distributie- en gemeentekantoren. Als gevolg van het verraad van W. Markus werden op 20 april en 1 mei 1944 zijn vriend T.K. Wortman en dorpsgenoot H. Kruizinga door de Sipo gearresteerd. Ter wille van zijn ouders weigerde Rohaan onder te duiken. In de vroege ochtend van 5 mei 1944 werd hij in zijn ouderlijk huis gearresteerd, overgebracht naar het HvB in Arnhem en hierna vervoerd naar kamp Vught. Na op 2 juni 1944 ter dood te zijn veroordeeld, werd hij op 6 juni, samen met onder meer Wortman en Kruizinga, gefusilleerd. |
|||

