![]() |
Rens Rempt – eind 1939 gemobiliseerd en tot de capitulatie in militaire dienst – woonde met zijn echtgenote, zoon en drie dochters aan Trompstraat 6 in Alkmaar, waar hij als stoker werkzaam was bij de Gemeente Lichtbedrijven. Na in de herfst van 1943 te zijn toegetreden tot de RvV, was hij betrokken bij het voorbereiden, organiseren en plegen van sabotage (aan spoorlijnen en telefoonkabels), overvallen (zoals op het gemeentehuis van Heiloo op 15 april 1944) en aanslagen op SD-agenten en NSB’ers (bijvoorbeeld NSB-groepsleider J.L. Musman op 12 mei 1944). Daarnaast verspreidde hij illegale lectuur. Na september 1944 werkte hij in het kader van de BS-SG in gewest 11 (Noord-Holland-Noord) onder andere mee aan het transport van gedropte wapens. Diverse malen trachtte Rempt personeel van Wehrmacht en SS te bewegen onder te duiken, waarbij het hem vooral ging om het verkrijgen van hun uniformen en wapens ten behoeve van acties van de illegaliteit. Op 18 februari 1945 werd hij – in een café in Alkmaar in gesprek met een lid van de Waffen-SS, die had aangegeven te willen deserteren – op heterdaad betrapt door de Feldgendarmerie. Na te zijn verhoord, werd hij de volgende dag overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam. Op 10 maart 1945 werd hij bij een represaille in Zaandam gefusilleerd. |
|||

