![]() |
Marten Lijnema was gedurende zeven maanden per jaar als landarbeider werkzaam voor een boer in Stitswerd. Daarnaast was hij hulp-koppelbaas en had hij een tabakswinkel in Kantens. Als fel anti-NSB’er werd hij lid van de OD. In LO-verband bracht hij onderduikers onder en bezorgde hij vervalste persoonsbewijzen en bon- en stamkaarten, welke hij van verzetsman Tj. Pannekoek (oud-hoofdbestuurslid van de Nederlandse Christelijke Landarbeidersbond) uit Groningen ontving. In de winter 1943–1944 was hij regelmatig onderweg om gelden voor onderduikers in te zamelen. In 1943 verleende hij in zijn woning onderdak aan een gedroste NSKK-man. Diens wapen nam hij in beslag en gaf het aan LO’er A. van der Ziel, die het op zijn beurt weer doorgaf aan een verzetsman. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1944 – enkele dagen na de kraak van de gemeentekluis van Kantens – werd Lijnema in zijn woning door de Sipo gearresteerd. Men bleek op de hoogte te zijn van het doorgeven van het wapen. Op 15 mei 1944 werd hij, samen met de eerder gearresteerde LO’er H.J.A.C. Wittebol, van Groningen overgebracht naar Amsterdam. Na door een Polizeistandgericht ter dood te zijn veroordeeld, werden zij op 16 mei 1944 in de duinen bij Overveen gefusilleerd. |
|||

