![]() |
Jan van Kan (‘Ketel’/‘Potter’) werkte als bankwerker bij D. Spaan, fabrikant van stalen ramen, in Amsterdam. Eind 1940 werd hij aangesteld als bestuurder van de RK Metaalbewerkersbond St. Eloy in Utrecht. Hij verrichtte zijn vakbondswerk tot de ‘gelijkschakeling’ van deze bond door de bezetter in juli 1941, waarna hij een periode financiële hulp ontving van het fonds Bijzondere Noden van de RK kerk. In maart 1942 aangesteld als ambtenaar bij de distributiedienst in Amsterdam, ‘organiseerde’ Van Kan als lid van de illegale Groep 2000 (code ‘1400 JK’) in samenwerking met mej. A.L. van Parreren duizenden bonkaarten ten behoeve van onderduikers. Daarnaast zorgde hij voor het afstempelen van (vervalste) documenten. Zijn relaties bij onder andere het Stamkaartenbureau, Bevolkingsregister, de Arbeidsbeurs en Centrale voedselvoorziening waren voor de Groep 2000 van grote waarde. Veel van de bonkaarten en documenten kwamen ook ten goede aan de uiteindelijk ca. 1800 onderduikers die door de groep-‘Van Dongen’ (o.l.v. D. Bons) werden verzorgd. Vanaf juli 1944 was Van Kan in de door Bons opgerichte KP Reintje de Vos (later BS-onderdeel Bruggenlinie-West) werkzaam voor de intendance. Op 27 maart 1945 werd hij, op het adres Händelstraat 1-hs voor een vergadering, tijdens een Sipo-inval met Bons c.s. gearresteerd. Op 11 april 1945 werd hij in Zijpe gefusilleerd. |
|||

