![]() |
Henk Kruizinga werkte bij zijn vader in diens manufacturenzaak in Neede. Samen met zijn twee jaar oudere zuster Alberdina (‘Diet’) Kruizinga verspreidde hij sedert 1942 illegale lectuur. Zonder lid te zijn van een organisatie hielden zij zich hiernaast bezig met het onderbrengen en verzorgen van (joodse) onderduikers. Via contacten met o.a. mevrouw H.Th. Kuipers-Rietberg (‘Tante Riek’) raakten zij in de loop van 1943 betrokken bij het werk van de LO in Neede. In dit verband bleven zij hulp verlenen aan onderduikers, onder wie de 23-jarige joodse Bethje (Jetje) Meijer, die Henk Kruizinga achtereenvolgens onderbracht bij een familie in Enschede, in zijn ouderlijk huis in Neede en bij landbouwers in Borculo en Zieuwent. Kruizinga vervalste in grote aantallen persoonsbewijzen, waartoe hij in het hele land contactpunten had. Daarnaast was hij contactman voor de KP-Aalten onder leiding van C. Ruizendaal. Als KP’er nam hij deel aan de overval op het distributiekantoor van Neede. Als gevolg van het verraad van W. Markus werd Kruizinga op 1 mei 1944 in zijn ouderlijk huis (Grotestraat B 320) in Neede door de Sipo gearresteerd en overgebracht naar kamp Vught. Na ter dood te zijn veroordeeld, werd hij op 6 juni 1944 in het duingebied bij Overveen gefusilleerd. |
|||

