Jan Janssen (‘Johnny’) werd in september 1944 in Amsterdam lid van de Compagnie Persoonsbewijzencentrale van het BS-SG-bataljon
Three Castles. Als zodanig hield hij zich bezig met het schoonmaken, in elkaar zetten en vervoeren van gedropte wapens. Op 27 november 1944 stond de Nederlander Coenraad de K., als chauffeur in dienst bij de Sipo, bij het pand Keizersgracht 135 (waar het PBC-hoofdkwartier was gevestigd) te wachten op zijn superieuren, die in de buurt bezig waren met een actie. Toen hij hier drie ‘verdachte’ personen (PBC-medewerkers) zag, waarvan een (Wilko A.G.M. Bergmans) het pand betrad, verhoorde de bewapende chauffeur de twee anderen (Ada van der Meer en W. Everts). Nadat de gearresteerde Everts was ontsnapt (waarbij hij werd aangeschoten), vielen enkele gealarmeerde Sipo-medewerkers het huis binnen en arresteerden de aanwezigen. Omstreeks twaalf uur bracht Janssen, nietsvermoedend, op een met een zeil afgedekte bakfiets een grote hoeveelheid wapens van een wapendepot aan Keizersgracht 752 (het kantoor van J. Versfelt) naar het zojuist bezette PBC-gebouw op nummer 135. Na door postende Sipo-medewerkers te zijn gearresteerd en onder mishandelingen te zijn verhoord – men wilde weten waar hij de wapens had opgehaald – werd hij ingesloten in het HvB-Weteringschans. Op 4 januari 1945 werd hij in Hoorn gefusilleerd.