![]() |
Jan Joosten werd in 1939 – afwisselend filiaalhouder van een handelsvereniging en werkloos – tijdens de mobilisatie opgeroepen als dienstplichtig sergeant. In de oorlogsjaren probeerde hij in zijn woonplaats Haarlem op allerlei manieren in het onderhoud van zijn gezin – in januari 1945 werd het zesde kind geboren – te voorzien, bijvoorbeeld als tijdelijk bakker/broodbezorger, controleur, boodschappenbezorger en nachtwaker bij de Haarlemse Scheepsbouwmaatschappij. Indien nodig sprong de diaconie van de Gereformeerde Kerk financieel bij. Sedert eind 1943 verspreidde Joosten het illegale blad Trouw. In september 1944 werd hij lid van de BS en na enige tijd door J.A.A. van Meeteren aangesteld als sectiecommandant, 2e compagnie, Vak II in Haarlem-Noord. Als oud-militair gaf Joosten wapeninstructie aan verschillende BS-groepen en was hij betrokken bij sabotageactiviteiten. Toen op zondag 18 maart 1945, als gevolg van het verraad van een illegaal werker, een deel van de groep Haarlem-Noord werd opgerold, werd ook Joosten door de Sipo in zijn woning aan Voorduinstraat 17 gearresteerd en overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 15 april 1945 werd hij in Sint Pancras gefusilleerd. |
|||

