![]() |
Henk/Henny Immig diende tijdens de mobilisatie in 1939 als milicien in het 7e Regiment Infanterie van het Nederlandse leger. In de meidagen van 1940 nam hij – op 1 mei bevorderd tot sergeant – deel aan de krijgsverrichtingen bij Amersfoort. Na de capitulatie ging hij weer werken in de stoffenzaken van zijn vader, aan Admiraal de Ruijterweg 82 en Ferdinand Bolstraat 114 in Amsterdam, waarbij hij zich vooral met de inkoop bezighield. Toen Immig zich in mei 1943 als voormalig militair moest melden voor terugvoering in Duitse krijgsgevangenschap, weigerde hij en dook onder. In september 1944 werd hij in BS-gewest 10 (Amsterdam) groepscommandant binnen de 2e sectie van de Algemene Reserve, district Zuid (strijdend gedeelte). Samen met onder anderen J.W. Jansen en G.C. Jonker was Immig betrokken bij het vervoer – onder meer in haringkarren – van gedropte wapens van de rand van Amsterdam naar bergplaatsen in het centrum van de stad. Als gevolg van het verraad door provocateur en Sipo-informant J.A. Jong Baw – die begin november 1944 op verzoek van Immig was toegetreden tot de BS – werd Immig op 18 december 1944 in zijn ouderlijke woning aan de Ferdinand Bolstraat door de Sipo-medewerkers Rühl, Kuiper en Mollis gearresteerd en overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans. Op 4 januari 1945 werd hij in Hoorn gefusilleerd. |
|||

