![]() |
Johnnie Huijbrecht woonde en werkte als schipper op het 65 ton grote vrachtschip ‘Dewiati’, dat in eigendom was van zijn moeder en stiefvader. Het schip voer in de drie noordelijke provincies en alle vrachten werden verkregen op schippersbeurzen. Huijbrecht ontving voor zijn werk vrije kost, inwoning en kleding. De netto-opbrengst van een opdracht deelde hij met zijn stiefvader en spaarde dit voor de toekomstige aanschaf van een eigen schip. Toen Huijbrecht zich in mei 1943 moest melden voor terugkeer in Duitse krijgsgevangenschap – hij was in 1939/1940 gemobiliseerd geweest – dook hij onder in Leiden, waar zijn zuster woonde. Hier verrichtte hij koeriersdiensten voor het verzet. Medio 1944 dook hij onder in Hoorn en later, onder de naam J. van Laar, in Wervershoof. In september van dat jaar trad hij toe tot de BS. In dit verband ontving hij vervolgens wapeninstructie van J. Lodder en P.A. Stokhof. Als gevolg van verraad werd de illegale organisatie van Wervershoof opgerold. Huijbrecht was een van de slachtoffers en werd op 25 januari 1945, na zich hevig te hebben verzet, gearresteerd. Via Medemblik en Alkmaar werd hij overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam. Tijdens zijn gevangenschap werd hij ernstig mishandeld. Op 8 maart 1945 werd hij aan de Amsteldijk in Amsterdam gefusilleerd. |
|||

