![]() |
Koos Heijdra (‘Joep’) vocht in de meidagen van 1940 als sergeant bij de Grenadiers in Scheveningen. Hierna deed hij dienst bij de marechaussee en het Amsterdamse politiekorps. Toen hij in 1942 opdracht kreeg joodse landgenoten uit hun huizen te halen, weigerde hij, kreeg een week verzwaard arrest en nam hierna ontslag. In de Zaanstreek ondergedoken, werkte hij illegaal als terrein-controleur bij zeepfabriek Fa. Jan Dekker in Wormerveer. Na enige tijd sloot Heijdra zich aan bij de verzetsgroep Koog-Bloemwijk, waarin hij een leidende rol kreeg. Hij werkte mee aan het vervoer naar onderduikadressen van (joodse) onderduikers en bij Urk neergekomen geallieerde piloten. In augustus 1943 bevrijdde hij de gewonde verzetsman J.J.W. Keijzer – en later diens joodse kamergenoot Norbert Klein – uit het Wilhelmina Gasthuis (toen Westergasthuis genoemd) in Amsterdam; eind december mislukte de geplande bevrijding van Trouw-medewerker mr. L.C. Dijkman. Op 9 november 1943 nam Heijdra deel aan de overval op het politiebureau en distributiekantoor van Oegstgeest. In januari 1944 was hij betrokken bij het in brand steken van een voor de Wehrmacht bestemd schip in Zaandam en bij een overval op het postkantoor van Purmerend. Op 22 januari 1944 werd Heijdra door de Sipo op de Leidsekade in Amsterdam gearresteerd. Op 23 februari 1944 werd hij gefusilleerd. |
|||

