![]() |
Hendrik Heerschop – wonend aan het Noordse Bosje in Hilversum – voer, na leerling van een binnenvaartschool te zijn geweest, in 1943–1944 als matroos op een rijnaak van de Rotterdamse firma Van Ommeren. Aangezien zijn vader dit werk, met het oog op mogelijke beschietingen door geallieerde vliegtuigen, te gevaarlijk vond, zorgde hij ervoor dat zijn zoon in 1944 een baan kreeg op het vliegveld tussen Loosdrecht en Hilversum, waar hijzelf ook werkzaam was. Op 23 oktober 1944 moesten alle mannelijke Hilversummers tussen 16 en 45 jaar zich melden voor ‘graafwerkzaamheden’: enkele duizenden werden afgevoerd. Vader en zoon Heerschop werden overgebracht naar PDL Amersfoort, maar na enige dagen weer vrijgelaten: de speciale Ausweis die zij als ‘vliegveld-arbeider’ hadden, zorgde voor vrijstelling van tewerkstelling in Duitsland. Hendrik Heerschop hield zich hierna sporadisch bezig met het verspreiden van illegale lectuur. Op 3 februari 1945 werd de 44-jarige Nicolaas Godijn, de vader van Heerschops vriendin Hendrika, op de Vaartweg in Hilversum gearresteerd terwijl hij, gestoken in een Duits uniform en bewapend, fietsen van voorbijgangers vorderde ten eigen bate. Heerschop, die bij hem was en ook een wapen droeg, werd eveneens gearresteerd. Beiden werden overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans in Amsterdam en twee maanden later, op 6 april 1945, in Limmen gefusilleerd. |
|||

