![]() |
Edo la House – in 1939–1940 in militaire dienst in Rotterdam – was tijdens de oorlog in zijn woonplaats Zeist werkzaam als buffetchef in Café-Restaurant De Koogel en, vanaf 1943, als ambtenaar bij de distributiedienst. In 1943 raakte hij betrokken bij de LO-Zeist en in 1944, zijdelings, bij de seingroep Kerkhoff van de RvV-Radiodienst, die onder leiding stond van zijn stiefvader, marconist A.C. Kerkhoff. Op 13 juni 1944 werden Kerkhoff en RD-medewerker ir. Th.W. la Rivière – terwijl zij op Oude Arnhemseweg 1 in Doorn, ten huize van mevrouw B.E. van der Aa-Meertens, berichten naar Engeland seinden – uitgepeild door de Sipo en gearresteerd. In september 1944 trad La House – zijn stiefvader was op Dolle Dinsdag in kamp Vught doodgeschoten – in Driebergen toe tot een KP-groepje onder leiding van H.N. Blaauw en was hij betrokken bij wapendroppings, sabotageacties en, in november, een liquidatie (van een uit het Duitse leger gedeserteerde militair, de Rus Arcadije Titkow, in het Kerckebosch in Zeist). Op 2 december 1944 werd La House door Zeister politiemannen aangehouden op verdenking van het neerschieten van een boswachter in het bos achter zijn ouderlijke woning, vervolgens wegens wapenbezit overgedragen aan de Sipo en naar het Wolvenplein in Utrecht gebracht. Op 17 december 1944 werd hij in Diemen gefusilleerd. |
|||

