![]() |
Klaas de Graaf was, na een periode van werkloosheid, van november 1940 tot mei 1941 als machinebankwerker werkzaam bij de Hermann-Göring-Werke bij Wolfenbüttel (Duitsland). Na een verlofperiode keerde hij niet terug. Hij vond een baan als draaier bij ingenieursbureau Eriksson in zijn woonplaats Den Haag en bleef hier tot eind 1942. Na een politieopleiding in Schalkhaar te hebben gevolgd, werd hij in 1944 als wachtmeester der Staatspolitie in Amersfoort aangesteld. Hier kwam hij in contact met de verzetsmannen H. Kolkman en J.P. Schipper. Als lid van de BS hield De Graaf zich bezig met het schoonmaken, herstellen, vervoeren en distribueren van wapens, die onder andere afkomstig waren van wapendroppings in Zuid-Holland. In OD- en BS-verband gaf hij ook wapeninstructie. Doordat een verrader zich in de groep had ingedrongen, werd De Graaf op 23 november 1944 in het Amersfoortse politiebureau gearresteerd. Tijdens de huiszoeking in zijn woning aan Vermeerstraat 22 werd een stengun met munitie aangetroffen. De 37-jarige Kolkman – onkundig van de arrestatie – probeerde De Graaf thuis te waarschuwen voor dreigende moeilijkheden, werd daar gearresteerd en de volgende dag in kamp Amersfoort gefusilleerd. De Graaf werd ingesloten in de ‘bunker’ van kamp Amersfoort en enige tijd later overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam. Op 15 december 1944 werd hij in Purmerend gefusilleerd. |
|||

