![]() |
Henk Gottlieb (‘Blonde Henk’) was in 1940 als beroepsmilitair (sergeant-capitulant bij een regiment Grenadiers) gelegerd in Den Haag. Na de capitulatie trad hij in dienst bij de marechaussee en werd hij gestationeerd in Broek op Langedijk. Vanaf 1943 verzorgde hij in LO-verband onderduikers en vervoerde hij in marechaussee-uniform neergeschoten Britse vliegers naar Amsterdam. Na zijn overplaatsing, in mei 1943, naar het parket van de Haagse rechtbank bleef hij – in en buiten LO-verband – onderduikers verzorgen. Vanaf medio 1944 was hij als lid van de KP rond W. Hanegraaf betrokken bij overvallen op een distributiekantoor in Doorn en de Akkerbouwcentrale, een bijpostkantoor en een geldauto in Den Haag. Daarnaast werkte hij mee aan het in brand steken van de zweefvliegtuigenfabriek H. Pander & Zn. in Rijswijk. Samen met H.W. Lindeman verkende hij op 24 september een terrein onder Zoeterwoude, voor het plegen van een overval op een in de Vliet liggende schuit, die geladen was met munitie en levensmiddelen voor Duitsland. Tijdens een schietpartij werd Lindeman gedood. Op 12 oktober 1944 deed de Sipo een inval op het ‘verzetsadres’ Laan van N.O.-Indië 240. Tientallen personen werden hier vervolgens gearresteerd, onder wie Gottlieb, zijn verloofde en Hanegraaf. Na te zijn overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen, werd hij op 6 november 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. |
|||

