![]() |
Dick/Dik de Geus werd in 1941, na het behalen van het examen MO-B Frans aan de Universiteit van Amsterdam en een tijdelijk leraarschap in Hilversum, leraar aan het Kennemer Lyceum in Overveen. Vrijwel direct na de oprichting van de OD werd De Geus – die eind jaren ’20 enige tijd als sergeant in het Vreemdelingenlegioen in Noord-Afrika diende – actief lid. Na september 1944 werd hij – vanaf zijn huwelijk in juli 1943 in de hoofdstad wonend – sectiecommandant van de BS-SG in Amsterdam en eerste assistent van de districtscommandant. Hij hield zich bezig met het werven van leden (ook onder dispuutgenoten van zijn vroegere dispuut Pallas), het organiseren van de sectie Amsterdam-Centrum en het verzamelen en vervoeren van wapens. Daarnaast was hij betrokken bij het verstrekken van bonkaarten, persoonsbewijzen en voedsel aan onderduikers. Als gevolg van verraad werden De Geus, zijn echtgenote en schoonmoeder op 19 december 1944, ’s morgens om vijf uur, in hun woning aan J.M. Coenenstraat 19-II gearresteerd. Tijdens de huiszoeking werden BS-stafpapieren en munitie aangetroffen. Diezelfde ochtend werden vele leden van zijn BS-groep in het Pallashuis aan de Zwanenburgwal aangehouden. Op 7 januari 1945 – de 22e verjaardag van zijn vrouw Lucie (die met haar moeder nog in de gevangenis aan de Amstelveenseweg verbleef) – werd De Geus in Limmen gefusilleerd. |
|||

