![]() |
Cor Goudriaan werkte van september 1940 tot zijn oproep voor de verplichte arbeidsinzet in juni 1943 als facturist bij Mercedes-Benz Import Maatschappij NV in Amsterdam. Na twee maanden in Koblenz (Duitsland) te zijn tewerkgesteld, simuleerde hij een ziekte, vluchtte uit het ziekenhuis en dook onder in zijn ouderlijk huis aan Sassenheimstraat 20-hs in Amsterdam. Vervolgens werkte hij clandestien bij een zadelmaker en bij zijn vroegere werkgever. ’s Avonds typte hij exemplaren van het illegale blad Het Parool over, die vermenigvuldigd en verspreid werden onder buurtgenoten. Daarnaast verleende hij hulp aan onderduikers. Als lid van de KP-‘Lodewijks’ (D. van der Schilden) en, vanaf september 1944, sectiecommandant bij de BS-SG in Amsterdam-West (4e compagnie) nam hij deel aan overvallen op collaborateurs, maakte hij wapens schoon en gaf hij wapeninstructie. Nadat mede-BS’ers G.H. van Tiel en K. Wever op maandagmiddag 26 februari 1945 waren gearresteerd, werden de in de winkelkelder van melkslijter/BS’er C. Koenis in melkbussen verborgen handgranaten, stenguns en tienduizenden patronen uit voorzorg per handkar naar elders vervoerd. Toen de Sipo omstreeks 20 uur de woning/melkwinkel aan Woestduinstraat 155 overviel, waren Goudriaan en mevrouw M. Koenis-Zijdewind hier nog aanwezig en werden beiden gearresteerd. Mevrouw Koenis werd op 4 maart vrijgelaten; Goudriaan – overgebracht naar het HvB-Weteringschans – werd op 8 maart 1945 gefusilleerd. |
|||

