Ton Frankenmolen keerde in 1935 – na vanaf 1927 in Limburg o.a. het RK Gymnasium Venray te hebben bezocht – i.v.m. het overlijden van zijn vader terug naar het ouderlijk huis in Amsterdam en ging als verkoper bij Vroom & Dreesmann in de Kalverstraat werken. In zijn vrije tijd schreef hij romans (zoals De sleep wordt hoe langer hoe grooter) en gedichten. Toen hij in juli 1943 in aanmerking kwam voor de arbeidsinzet in Duitsland, accepteerde hij een betrekking als buitendienst-ambtenaar bij de afdeling Rüstung van het Gewestelijk Arbeidsbureau. Al spoedig fungeerde hij als illegale contactman tussen het GAB en enkele grote bedrijven in de metaalsector (zoals de Nederlandsche Dok-Maatschappij, Nederlandsche Scheepsbouw-Maatschappij en Werkspoor). Door het saboteren van de zogenoemde plaatsvervangersregeling, verwijzen naar ‘goede’ keuringsartsen, verstrekken van Ausweise, Z-kaarten en vervalste papieren en het tegelijkertijd laten verdwijnen of administratief onvindbaar maken van de gegevens bij het GAB, zorgde hij ervoor dat tientallen arbeidskrachten – vooral uit de jaarklassen 1922–1924 – zich konden onttrekken aan tewerkstelling in Duitsland. Daarnaast hield hij zich bezig met het verspreiden van illegale lectuur, vooral Het Parool. Op 10 januari 1945 werd Frankenmolen op kantoor gearresteerd en op 18 januari op de Amsteldijk gefusilleerd. Vijf weken later werd zijn enige kind geboren: een zoon, Ton.