![]() |
Pieter Elias (‘Harry’) was werkzaam als rechercheur bij de Amsterdamse Gemeentepolitie. In de zomer van 1944 werd hij lid van de KP-Amsterdam. In de volgende maanden zette hij, samen met zijn collega A. Japin, ten behoeve van de KP een recherchebureau op. Met behulp van ca. acht medewerkers – en twee ‘contacten’ die op het Sipo-hoofdkwartier in de Euterpestraat werkzaam waren – ging het bureau de gangen na van de Sipo en konden verzetsmensen geïnformeerd worden en gewaarschuwd voor aanstaande arrestaties. Ook werden personen van wie men vermoedde dat zij verraad pleegden, gevolgd en soms ontmaskerd. Mede-KP’ers zorgden vervolgens dat de betrokkene werd ontvoerd of geliquideerd (bijvoorbeeld de hoogst gevaarlijke Duitse Sipo-medewerker H.G.F. Oelschlägel). Naast het recherchewerk hield Elias, die de beschikking had over een politieauto, zich bezig met het vervoer van levensmiddelen en gedropte wapens van Noord-Holland naar Amsterdam. Op 17 november 1944 werd hij, met zijn auto terugkerend van een illegaal voedseltransport vanuit Alkmaar, door verraad van V-Mann W.Ch. Henneicke aangehouden door de Sipo. Op 15 december 1944 werd Elias in Amsterdam gefusilleerd. Nadat het recherchebureau had ontdekt dat Henneicke – wiens 35–50 man sterke ‘Colonne’ in 1943 circa 8000 joodse onderduikers had gearresteerd – diverse verzetsmensen aan de Sipo had uitgeleverd, werd hij op 8 december 1944 geliquideerd. |
|||

