![]() |
Johan Eskens kwam na het verlaten van de mulo als kantoorbediende in dienst bij Handelmaatschappij H. Albert de Bary & Co. in Amsterdam. In zijn vrije tijd was hij lid van de Jeugdbond voor Onthouding en schreef hij gedichten. In juni 1943 weigerde hij te voldoen aan de oproep voor verplichte tewerkstelling in Duitsland en dook hij onder bij de familie Inkelaar in Middelie. Hier luisterde hij naar de Engelse zender en noteerde de berichten. Deze werden vervolgens – eerst in handgeschreven vorm, later uitgetypt – door de onderduikgever, een bakkersknecht, in het dorp doorgegeven. Eskens verspreidde in een later stadium zelf het illegale blad De Waarheid, zamelde geld in ten behoeve van het Solidariteitsfonds van Edam, verzorgde onderduikers met bonkaarten en bracht geld naar een in Middelie ondergedoken schippersgezin. Als RvV-lid nam hij deel aan wapeninstructies en was hij betrokken bij overvallen op distributiekantoren en bevolkingsregisters en het verwijderen van explosieven onder bruggen, duikers en sluizen. Als gevolg van verraad werden Eskens, zijn onderduikgever (en aanstaande schoonvader) en een ondergedoken joods echtpaar op 24 februari 1945 ’s nachts in Middelie gearresteerd. Tijdens een verhoor in Oosthuizen nam Eskens alle schuld op zich. Via het HvB-Alkmaar werd hij overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam en op 12 maart 1945 gefusilleerd. |
|||

