![]() |
Jan Eshuijs verleende in de loop van de oorlog hulp aan onderduikers door onderduikadressen te zoeken en enkelen te voorzien van bonkaarten en geld. In de loop van 1943 kwam hij in contact met leden van de verzetsgroep Koog-Bloemwijk. Eshuijs nam niet deel aan de door hen, meestal in de vooravond gepleegde overvallen, aangezien hij zich als zelfstandig kapper op deze tijd niet vrij kon maken. Wel fungeerde zijn woning aan Krokusstraat 26 in Koog aan de Zaan vaak als vergaderplaats van de verzetsgroep, als plek waar de buitgemaakte goederen in eerste instantie werden ondergebracht en als overnachtingsplaats voor de groepsleden. Ook verbleven enkele geallieerde piloten – die later door verzetscollega’s Gerssen en Heijdra naar elders werden vervoerd – enige dagen in zijn woning. In januari 1944 was Eshuijs betrokken bij een poging een voor de Wehrmacht in aanbouw zijnd vrachtschip in brand te steken op een werf in Zaandam. Na op 24 januari 1944 door de Sipo te zijn gearresteerd, werd hij achtereenvolgens ingesloten in het politiebureau in Zaandam, de gevangenis aan de Amstelveenseweg en het HvB aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 23 februari 1944 werd hij in de duinen bij Zandvoort gefusilleerd. |
|||

