![]() |
Rob Douma was werkzaam op het kantoor van de GG & GD (afdeling statistieken) in Amsterdam en binnen de AJC (groep Raampoort) actief als sportleider. Vanaf de zomer van 1940 verzamelde hij met zijn vriend H.F. Roos elkaar tegensprekende persberichten en niet nagekomen beloften en beweringen van de bezetter, typte deze uit en verzond doorslagen naar willekeurig gekozen adressen. In het najaar werd hij door AJC’er A.T. Addicks betrokken bij het stencilen en verspreiden van de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen en, later, van Het Parool in Amsterdam-West. Met leden van de groep-Addicks organiseerde hij aan- en overplakacties, verspreidde hij brochures van Scheps en Vorrink en nam hij deel aan relletjes met NSB’ers. In de hoop een semi-militaire verdedigingsorganisatie op te richten, legde Douma contacten met het LOF. Van een leerling bij de Artillerie-Inrichtingen aan de Hembrug kreeg hij een revolver. In de herfst van 1941 werd een groot deel van de groep-Addicks door verraad van een geestelijk niet volwaardige vriend (die ook na 1945 door de Bijzondere Rechtspleging niet toerekeningsvatbaar werd geacht) opgerold. In de nacht van 16 op 17 september 1941 werd ook Douma gearresteerd. Na gevangenschap in Amsterdam, Scheveningen, Amersfoort en Vught, werd hij op 5 februari 1943 op de Leusderheide gefusilleerd. |
|||

