![]() |
Hilbert van Dijk (‘Arie’) verspreidde vanaf najaar 1940 illegale lectuur in Kampen en verleende sedert medio 1942 hulp aan (joodse) onderduikers. In de loop van 1943 werd hij een centrale figuur in de LO en vaste bezoeker van de regionale en landelijke ‘Beurs’-vergaderingen. Ook was hij betrokken bij enkele bonnenkraken, zoals in IJsselmuiden. Toen de LO steeds meer behoefte kreeg aan regelmatige en voldoende aanvoer van distributiebescheiden, werd besloten bestaande (en voor de LO opererende) knokploegen te centraliseren, nieuwe te vormen en het KP-werk te coördineren. Van Dijk kreeg – met I. van der Horst, L. Scheepstra en L.M. Valstar – de centrale leiding van de in augustus 1943 opgerichte Landelijke Knokploegen (medio 1944 opereerden in dit verband ruim 600 KP’ers in tientallen KP’s). Van Dijk legde contacten met NS-mensen en in gevangenissen, regelde verdelingen van bonkaarten, was – inmiddels ondergedoken in Amsterdam – van maart tot juni 1944 LKP-afgevaardigde in de Kern en vanaf juni schakel tussen LKP- en LO-top. Met J. Post was hij medeorganisator van de tweede overval op het HvB aan de Weteringschans. Op 15 juli 1944 – een uur na de mislukte overval – werden beiden op straat overvallen door de Sipo. Van Dijk ontkwam maar werd kort daarna door buurtbewoners verraden en, gewond, overmeesterd. De volgende dag werd hij doodgeschoten. |
|||

