![]() |
Aart van Doorn – aan het begin van de oorlog in de werkverschaffing en vanaf medio 1941 als stoker werkzaam bij de Gemeentelijke Lichtbedrijven in zijn woonplaats Alkmaar – begon zijn verzetsactiviteiten met het verspreiden van illegale lectuur. In 1942 was hij enige tijd betrokken bij spionageactiviteiten. In november 1943 trad hij toe tot een RvV-sabotagegroep onder leiding van J. Kok. Op verzoek van Kok begeleidde Van Doorn op vrijdagmiddag 10 november 1944 een man, die zich voordeed als een ondergedoken illegaal werker uit Amsterdam, naar een plek waar hij – aangezien rekening werd gehouden met de mogelijkheid dat hij een provocateur was – verhoord zou worden. Toen Van Doorn en de man – naar later bleek: opperschaarleider der Landwacht J.H. Meijer – in de buurt van het hoofdkwartier van de Landwacht kwamen, trok de man plotseling zijn revolver en gelastte Van Doorn zijn handen omhoog te steken. Hierop werd Meijer – niet wetend dat hij door twee gewapende RvV’ers, Kok en J.J. Leeuwerke, ter observatie werd gevolgd – neergeschoten. De dodelijk getroffen Landwachter kon nog één schot afvuren en trof daarmee Van Doorn in het nierbekken. Deze werd, zwaar gewond, overgebracht naar het Marine-Lazarett in de Sint Willibrordus Stichting in Heiloo, waar hij werd geopereerd en enkele weken verpleegd. Op 17 december 1944 werd hij in Wormerveer gefusilleerd. |
|||

