![]() |
Rob Cijfer (in familiekring Bob genoemd) woonde bij zijn ouders aan Tintorettostraat 13-II in Amsterdam-Zuid. Na staatsexamen gymnasium-alfa te hebben gedaan, studeerde hij vanaf september 1940 Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. In 1943 staakte hij – half-joods – zijn studie, aangezien hij de loyaliteitsverklaring niet wilde tekenen. Na reeds eerder poëzie te hebben gepubliceerd (in het blad voor middelbare scholieren Contact, de Lustrumalmanak 1941 van studentenvereniging Unitas en, in 1942, de bloemlezing De jongste lichting), publiceerde hij in 1944 – onder eigen naam en het pseudoniem G.E. Tal – gedichten in de literaire tijdschriften En Passant en Parade der Profeten. Hij beschouwde het als “een daad, juist nu de vlam der dichtkunst te laten branden, ook al is haar licht schijnbaar gering bij de brand der vernietiging”. In de loop van 1944 raakte hij betrokken bij de verspreiding van de illegale bladen Het Parool (hij bezorgde 120–150 exemplaren per dag), De Vrije Katheder en De Nieuwe Amsterdammer. Op 31 maart 1945 werd hij ’s avonds omstreeks acht uur, tijdens het verspreiden van Het Parool in de omgeving van zijn ouderlijk huis, door een patrouille van Nederlandse Landwachters en SS’ers gearresteerd. Na te zijn overgedragen aan de Sipo, werd hij overgebracht naar het HvB-Weteringschans. Elf dagen later werd hij in Zijpe gefusilleerd. |
|||

