![]() |
Frits Coelen (‘Hollander’) verleende reeds vroeg in de oorlog hulp aan (joodse) onderduikers, onder meer door in zijn woning onderdak te verlenen. Toen hij in juli 1942 een oproep ontving voor tewerkstelling in Duitsland – nadat in 1939 zijn ijzerwarenzaak was geliquideerd, werkte hij als winkelbediende en ontving hij steun – zorgde hij in dienst te komen als ploegleider van de PTT-bedrijfsbrandwacht in het Amsterdamse hoofdpostkantoor. Nadat hij hier in contact was gekomen met NSF-medewerkers, werd hij ingeschakeld bij het wegbrengen van bonkaarten naar onderduikadressen. In juli 1944 trad hij toe tot KP Reintje de Vos onder leiding van D. Bons. In september 1944 werd Coelen – inmiddels met ‘ziekteverlof’ – staflid van BS-onderdeel Bruggenlinie-West. Als plaatsvervangend commandant vervoerde hij wapens, gaf hij wapeninstructie en beoordeelde hij mannen op geschiktheid als nieuw BS-lid. In zijn woning (Cabotstraat 26-hs en Herculesstraat 18a-III) beheerde Coelen een wapendepot en werden KP-vergaderingen gehouden. Toen hij op 17 januari 1945 in BS-opdracht aardappelen en uien kwam ophalen in een loods van de firma Looman aan Lauriergracht 115, werd hij (met drie leden van de familie Looman en koerierster Yvonne Kelly) gearresteerd door de Nederlandse politieman (en NSB’er) C.J.N. (die door overbuurman Joseph H. – zwarthandel vermoedend – was gewaarschuwd). Op 12 maart 1945 werd Coelen gefusilleerd. |
|||

