![]() |
Pieter F. Brittijn vocht in mei 1940 als reserve-kapitein op de Grebbeberg. Na de capitulatie hervatte hij zijn werk als bedrijfsboekhouder bij het Provinciaal Ziekenhuis in Medemblik. Als plaatselijk secretaris van de Nederlandse Unie werd hij lid van het Medemblikse Comité, dat na het verbod van de Unie illegale bladen ging verspreiden zoals Vrij Nederland, Het Parool, Je Maintiendrai en Trouw. Toen deze door de spoorwegstaking moeilijker te bemachtigen waren in West-Friesland, was Brittijn nauw betrokken bij de uitgave van het plaatselijke illegale blad De Vrije Stem. Ook verspreidde hij berichten van Radio Eindhoven onder het personeel van het ziekenhuis. Sinds 1942 verleende Brittijn hulp aan (joodse) onderduikers, door het zoeken van adressen, het bezorgen van bonkaarten en geld, en het in zijn woning onderdak verlenen aan een van hen. Later – hij had inmiddels geweigerd in krijgsgevangenschap terug te keren – werd hij in Medemblik waarnemend LO-leider en hoofd van het NSF. Ook wijdde hij zich speciaal aan de organisatie van de OD. Vele malen vergaderde het verzet in zijn woning aan Westerhaven 18. Op 20 januari 1945 werd Brittijn voor de eerste maal gearresteerd, maar vijf dagen later vrijgelaten. Op 14 februari 1945 arresteerde de Sipo hem opnieuw. Na gevangenschap in de HvB in Alkmaar en Amsterdam, werd hij op 12 maart 1945 gefusilleerd. |
|||

