![]() |
Piet Booy ontving in 1939 steun van de Gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken en was bij het uitbreken van de oorlog werkzaam in de werkverschaffing. Na van augustus tot november 1940 op Schiphol en begin 1941 enkele maanden in Frankrijk te hebben gewerkt, vroeg hij in juni 1941 opnieuw steun aan, hetwelk hem werd verleend op voorwaarde dat hij door het GAB aangeboden werk in Duitsland zou aanvaarden. Nadat hij in juli 1941 naar Duitsland was vertrokken, werd hij eerst enige maanden in een levensmiddelenbedrijf in Hamburg tewerkgesteld en daarna tot medio 1944 in Hattingen als hulp-metselaar ingezet bij het aanleggen van schuilkelders voor particulieren en het repareren van gebombardeerde woningen. Na korte tijd OT-werk te hebben moeten verrichten, liep hij weg en keerde in augustus terug naar Amsterdam. Op 8 november 1944 kwam hij in contact met een Duitse militair, die hem vertelde te willen deserteren. Hij bood Booy een revolver aan in ruil voor een burgerpak. De volgende dag ging Booy naar de afgesproken ruilplaats: café Royal op de Nieuwendijk. Hier werd hij, door verraad van de militair, door de Sipo gearresteerd. Acht dagen later werd hij van het HvB-Weteringschans naar Alkmaar vervoerd en in het kader van een represaille gefusilleerd. |
|||

