![]() |
Dr. Johan Brouwer – die zich ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog had ontwikkeld tot anti-fascist – werd in april/mei 1941 slachtoffer van een tegen hem gerichte campagne vanuit NSB-kring: zijn waarnemend lectorschap Spaans aan de Universiteit van Amsterdam werd beëindigd en hij zag zich gedwongen het leraarschap Frans aan de Gemeentelijke Middelbare Handelsschool in Utrecht op te geven. Spoedig hierna werd hij een inspirator (door enkelen ‘de geestelijke vader’ genoemd) van het studentenverzet: hij riep op tot vorming van een ondergrondse organisatie, militaire oefening en daadwerkelijk, actief verzet. Begin 1942 leverde hij een belangrijke bijdrage aan de vorming van de landelijke studentencontactgroep (ook Raad van Negen genoemd), met vertegenwoordigers uit alle universiteitssteden. Daarnaast verschafte hij gegevens aan de inlichtingengroep van Kees Dutilh (die contact had met Bureau Inlichtingen in Londen) en werkte hij mee aan het illegale blad De Vrije Kunstenaar, waardoor hij verbinding kreeg met onder andere G.J. van der Veen. Met andere kunstenaars verleende hij hulp aan joodse onderduikers (vooral kinderen), onder meer door het verstrekken van valse persoonsbewijzen. Begin 1943 behoorde hij tot de initiatiefnemers van, maar niet tot de deelnemers aan de aanslag op het Amsterdamse Bevolkingsregister. Op 2 april 1943 werd hij in Utrecht gearresteerd, ter dood veroordeeld en op 1 juli 1943 gefusilleerd. |
|||

