![]() |
Jan Bottema (‘Van Buren’) diende in 1940 als luitenant-ter-zee 2e klasse bij de Koninklijk Marine op ‘Hr.Ms. Schorpioen’. Na zijn demobilisatie weigerde hij in de Opbouwdienst te gaan werken. In december 1940 werd hij rijkscontroleur voor het vervoer in dienst van het Ministerie van Waterstaat. Al spoedig na de bezetting raakte hij in OD-verband betrokken bij spionageactiviteiten (zoals vliegvelden in kaart brengen). Vanaf februari 1942 werkte hij, onder meer in zijn woonplaats Bussum, intensief voor de illegale Zeemanspot, het NSF en, later, het Natura Apparaat. Hiernaast verleende hij hulp aan neergekomen Engelse piloten. In mei 1942 dienden de beroepsofficieren zich in opdracht van de bezetter te melden voor terugvoering in krijgsgevangenschap. Tijdens het transport naar Duitsland sprong Bottema bij Hengelo uit de trein, dook vervolgens onder en zette zijn verzetsactiviteiten voort. Na in de zomer van 1944 in contact te zijn gekomen met de LKP, werd hij na september BS/KP-districtscommandant in Amsterdam-Noord. Op 4 november 1944 werd hij in Alkmaar tijdens een wegcontrole door de Feldgendarmerie aangehouden, terwijl hij een met BS-overalls beladen auto bestuurde. Bottema werd herkend als illegaal werker, gearresteerd en de volgende dag overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam. Op 17 december 1944 werd hij in Wormerveer gefusilleerd. |
|||

