![]() |
Ger de Beer was vanaf eind 1943 nauw verbonden met de Westlandse KP van L.M. Valstar (‘Bertus’), die regelmatig onderdook in de woning van De Beers aanstaande schoonvader M. Verkuijl (‘Pa’) in Rotterdam. Voor de landelijke sabotagecommandant J.A. van Bijnen, die de woning enige tijd als hoofdkwartier gebruikte, verrichtte De Beer diverse hand- en spandiensten. Na de verhuizing van Verkuijl naar Badhoevedorp ging De Beer zich vanaf augustus 1944 bezighouden met het vervoer van op de Veluwe gedropte wapens. Met instemming van ‘Pa’ Verkuijl werd een deel van de wapens opgeslagen in de door hem geleide grasdrogerij Veevita in Badhoevedorp. Op 23 november 1944 keerde De Beer met zijn zwager Henk Verkuijl terug uit de provincie Utrecht, waar zij in opdracht van de LKP-leiding – zijn broer P.J. de Beer (‘Witte Piet’) was de gearresteerde Van Bijnen opgevolgd als LKP-leider in West-Nederland – nieuwe droppingvelden hadden gezocht. Als gevolg van het ‘dubbel spel’ van de Rotterdamse KP’er C. Bitter (‘Keesje Zuid’) hield de Sipo de volgende morgen huiszoekingen in de grasdrogerij en in ‘Pa’ Verkuijls woning aan de Zilvermeeuwstraat in Badhoevedorp. Alle aanwezigen werden gearresteerd. Ger de Beer werd op 15 december 1944 in Uitgeest gefusilleerd. Bitter werd op 5 januari 1945 door enkele KP’ers geliquideerd. |
|||

