Dirk de Bruin werkte als werktuigkundige bij de NV Nederlandse Vliegtuigfabrieken Fokker in Amsterdam. In de loop van de oorlog begon hij in zijn woonplaats Utrecht hulp te verlenen aan onderduikers die geweigerd hadden als arbeidskracht in Duitsland te gaan werken. Met medeweten van zijn werkgever was De Bruin steeds met ziekteverlof, zodat hij zich geheel aan de hulpverlening kon wijden. Zo voorzag hij onderduikers van valse persoonsbewijzen, Ausweise, grote hoeveelheden bonkaarten – die hij van de LO in Amsterdam ontving – en geld. Ook vervoerde hij wapens, onder meer naar kinderarts Ada van Rossum (‘Irma’) in Utrecht. Vanuit haar woning zond Th. Dubois, via een zender van de Packard-groep, van oktober 1943 af vrijwel dagelijks weerberichten naar Londen ten behoeve van de Engelse luchtmacht. Op 9 oktober 1944 werd de zender uitgepeild en Van Rossum gearresteerd. Bij een huiszoeking werden de verborgen wapens gevonden. De Bruin verzorgde hierop papieren voor Dubois, die over de rivieren naar Brabant ontkwam, en beraamde samen met anderen plannen ter bevrijding van Van Rossum, die echter tot de bevrijding gevangen bleef. Op 12 november 1944 werd De Bruin in zijn woning aan de A. Matthaeuslaan in Utrecht door de Sipo gearresteerd en overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam. Op 15 december 1944 werd hij gefusilleerd.