naam :
geboren :
overleden :
burg. staat :
geloof :
beroep :
vindplaats :
grafvak :
graftekst :
|
Cornelis VAN DEN BRINK
12 juni 1923 te Soest
6 januari 1945 te Diemen
ongehuwd
Nederlands-hervormd
los werkman te Soest
grafkuil O (gedenksteen 1)
27
Gelijk het gras is ons kortstondig leven. Ps. 103:8
|
Kees van den Brink woonde vanaf zijn vroegste jeugd met zijn ouders op het adres 2e Heeserlaantje 10, aan de rand van Soest. Op 25 oktober 1944 werd het vlakbij hun woning gelegen bos door de bezetter afgezocht naar gevluchte Canadese krijgsgevangenen. Diezelfde avond bracht Van den Brink drie Canadezen mee naar huis. Zijn ouders en de bij hen verblijvende onderduikers gaven hun te eten, en vervolgens bracht Van den Brink de geallieerde vliegers onder in een hol – eerder aangelegd om te schuilen tijdens razzia’s – in het bos. Begin november sloot hij zich aan bij de LO en de BS (het 2e Bataljon Stoottroepen onder leiding van H. Stomphorst) in Soest. Samen met deze groep bleef hij de Canadezen verzorgen. Na enige tijd werd besloten een nieuwe ondergrondse schuilplaats voor de mannen te bouwen. Aan het eind van de werkzaamheden werden de Canadezen door enkele Duitsers opgemerkt, maar zagen zij kans te ontsnappen. Toen op 27 november drie BS’ers op onderzoek uitgingen (onder meer om uit het hol twee wapens en munitie weg te halen), liepen twee van hen – Van den Brink en Melle J. Bultena – in de val. Na gevangenschap in Soesterberg, Utrecht en het HvB-Weteringschans in Amsterdam, werd Van den Brink op 6 januari 1945 in Diemen gefusilleerd.
|