![]() |
Cornelis L. Barentsen keerde in 1939 terug uit Cheribon (Nederlands-Indië), vestigde zich in Voorburg en werd hoofd van de distributiekring Pijnacker. In zijn vrije tijd deed hij veel aan evangelisatiewerk, ook onder joden. Vanaf 1942 had hij de leiding van een verzetsgroep die in Voorburg en Den Haag een groot aantal joodse en andere onderduikers voorzag van onderduikadressen, bonkaarten, vervalste persoonsbewijzen en geld. Daarnaast vervaardigde hij, samen met onder andere R. Bloemgarten, het illegale blad Rattenkruid, dat vanaf augustus 1942 in Amsterdam werd uitgegeven. Hij verspreidde het blad in Voorburg. Barentsen voorzag Bloemgarten van bonkaarten voor joodse onderduikers en gaf hem een revolver, waarmee deze in februari 1943 een aanslag wilde plegen op procureur-generaal mr. J. Feitsma. Een maand later ondersteunde hij financieel de aanslag op het Bevolkingsregister van de gemeente Amsterdam. Na verraad door een Rotterdamse V-Mann werd hij, samen met Bloemgarten (die nog een schot loste op een Duitse Sipo-medewerker), op 13 april 1943 in Voorburg gearresteerd in zijn woning aan Pompe van Meerdervoortstraat 4. Zijn eveneens gearresteerde echtgenote J.W.S. Barentsen-Hilvers werd na een aantal weken vrijgelaten. Hijzelf werd na twee weken van het Oranjehotel in Scheveningen overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam en op 1 juli 1943 gefusilleerd. |
|||

