![]() |
Christiaan F. Becker – gehuwd, vader van zes kinderen en vanaf 1939 als machinebankwerker werkzaam bij de NV Ned. Machinefabriek Artillerie-Inrichtingen in Zaandam – nam tijdens de oorlog niet deel aan het verzet. Terwijl hij in 1944 met zijn gezin op de tweede etage van Cornelis Anthoniszstraat 69 in Amsterdam woonde, bewoonde zijn oudste dochter met haar man, H.J.L. de Vries, in hetzelfde pand de etage op één-hoog. Eind februari 1944 kwam De Vries, sedert het voorjaar van 1943 verplicht in Duitsland tewerkgesteld, met ziekteverlof thuis. Na afloop van dit verlof keerde hij niet terug naar Duitsland, maar dook hij bij zijn schoonouders onder. Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, vluchtten de buren van Becker, een NSB-gezin op nummer 71-II, uit Amsterdam. Vermoedelijk tijdens de hongerwinter ontvreemdden Becker en De Vries uit de leegstaande woning van deze buren levensmiddelen en klein huisraad, dat zij verhandelden voor voedsel. Begin februari 1945 keerde de zoon van de buren, toen in dienst van de Nederlandse Landwacht, naar Amsterdam terug en ontdekte de verdwijning van eigendommen. Op zijn aanwijzing werden Becker en De Vries op 8 februari door de Feldgendarmerie gearresteerd. Op 15 april 1945 werden zij van het HvB-Weteringschans naar Wormerveer gevoerd en daar gefusilleerd. |
|||

